Voor de vijfde keer organiseerde het Texelfondspodium op 12 november de verhalenmiddag in De Buureton. De zaal was tot de laatste plaats bezet, een maximale opkomst! Gerrit Verhoeven was de presentator. Dit jaar waren er zeventien verhalen ingezonden, veel minder dan vorig jaar, echter allemaal van een uitzonderlijk hoge kwaliteit. De verhalen waren erg verschillend over recentelijke gebeurtenissen, historische verhalen en ontroerende persoonlijke verhalen. De juryleden Maaike Vonk en Frank Grootemaat stonden voor de moeilijke opdracht om de acht mooiste verhalen uit te kiezen. Zij letten vooral op humor en of de verhalen betrekking hadden op Texel. Daarnaast hebben zij de taalkundige kant en de opbouw van de verhalen beoordeeld. Genomineerd werden de verhalen van Berth Boogaard, Trijnie Boon, Aris Bremer, Simon Dros, Rinus Kuiper, Nel Rommets, Hillie Vlas en Gerard Witte.

Berth Boogaard neemt het publiek mee in haar verhaal over zwemmen bij Oosterend aan de dijk, haar onbezorgde kindertijd met tante Duw. Na het zwemmen zit er nog veel zand aan tante Duw haar benen en billen. Haar reactie is ‘Och kiend, dat gaat er in bed wel weer af!’ De Kampeerder, geschreven door Trijnie Boon, verhaalt over een kampeerder die verkering krijgt met een nichtje, het commentaar van de tantes is niet van de lucht ‘zulk volk van de overkant, verschrikkelijk, arme Janie’. Het 60-jarige huwelijksfeest van Janie en de kampeerder maken zij niet meer mee, maar als dat wel zo was geweest, hadden ze vast gezegd ‘eige wordt het nooit, het bluuve toch kampeerders!’ Het verhaal van Aris Bremer is getiteld ‘Jeugdherinneringen met een luchtje’, over de poepemmer. Vergeet je de emmer te legen, dan torent de productie boven het gat uit. Een hilarische anekdote over deftig bezoek met hoge nood, die niet weten hoe snel ze het pand moeten verlaten en over gebrek aan (kranten)wc-papier. Simon Dros schrijft over Aaf en Neeltje en het bevolkingsonderzoek naar darmkanker. Aafie snapt niet wat de bedoeling is Neeltje legt uit ‘je moet je poep opfange, met ’t staafie uut ’t kokertje en vier keer ’n prikkie in je drôl doen’. Over het opvangen en hoe dat mis gaat wordt hard gelachen in de zaal.

Buurman Schraag was een markante man. Rinus Kuiper haalt veel herinneringen aan deze kleurrijke persoon op. Een goede behulpzame man met sòn gròòte mond. Het zit hem niet altijd mee, hij is vaak onnodig aan het buffelen, bijvoorbeeld met het zetten van een heining en dampalen. Ontroerend en met humor vertelt Nel Rommets over haar tijd als kraamzuster op Texel. Bij nacht en ontij er op uit naar bevallingen op afgelegen plaatsen. Zij vertelt over de mooie momenten, het wonder van de geboorte, grappige anekdotes en familieverhalen over de kinderen en kleinkinderen en jong leven op de boerderij. Bijzonder indringend is het verhaal van de overgrootmoeder van Hillie Vlas. Haar man Pieter Tuinder was visser. In 1886 vergaat zijn schip en verliest hij de strijd met de woeste zee. Trijntje blijft achter met vijf kienders. Hoe tragisch haar leven ook verloopt, zij was en bleef een sterke en onafhankelijke vrouw, die bijna de 83-jarige leeftijd bereikt. Tot slot een voor velen herkenbaar verhaal over de verjaardag op hoeve Bloemwijk, geschreven door Gerard Witte. De families Witte en Van Sambeek vieren de verjaardagen apart, want het huis is te klein om de twee families tegelijk te herbergen. De thema’s, gezegden, gewoonten van die tijd en specifieke familiepraat- en humor maken dat dit verhaal tot één van de drie mooiste wordt uitgekozen door de jury. De andere twee verhalen waren van Berth Boogaard en Simon Dros. De gebundelde verhalen zijn overgedragen aan de Historische Vereniging en de bibliotheek, zodat ze beschikbaar blijven voor mensen die er belangstelling voor hebben. Daarnaast kunt u de verhalen opvragen via onderstaande link.

  Texelfonds Verhalenbundel 2017 

Texelfonds
Postbus 56
1790 AB Den Burg

Bankrelaties
Rabobank NL75RABO0156730820
Van Lanschot:NL53FVLB0226006638

ANBI

TOP